sein - zijn
Singular
Plural
ik ben
wij/we zijn
jij/u bent
jullie zijn
hij/zij/het is
zij/ze zijn
essen - eten
ik eet
wij/we eten
jij/u eet
jullie eten
hij/zij/het eet
zij/ze eten
trinken - drankje
ik drink
wij/we drinken
jij/u drinkt
jullie drinken
hij/zij/het drinkt
zij/ze drinken
Last changeda month ago