passief werkworden:
presens
imperfectum
perfectum
plusquamperfectum
wordt
werd
is
was
almost no cash
/ hardly
haast geen contant geld
swearing and cursing
schelden en vloeken
vloeken -> iets tegen religie
noise
herrie
fuck off man
donder op man
vordrengeln
voordringen
turn of phone
telefoon uitzetten
spend a lot of time on (social contacts)
veel tijd besteden aan sociale contacten
addicted to
verslaafd aan
to feel like
zin hebben in
you can deduce that from his words
je kunt dat uit zijn woorden afleiden
participate in a project
aan een project meedoen
surprised by her decision
opkijken van haar beslissing
to behave (onr.)
gedragen
gedroeg, gedroegen
hebben gedragen
to fire / dismiss (onr.)
ontslaan
ontsloeg, ontsloegen
hebben ontslagen
to store (onr.)
opbergen
borgde op, borgen op
opgeborgen
to allow (onr.)
toestaan
stond toe, stoenden toe
is toegestaan
to replace (onr.)
vervangen
verving, vervingen
is/heeft vervangen
ridiculous
belachelijk
Zuletzt geändertvor 7 Tagen