to owe to (prep)
te danken hebben aan
to develop into (prep)
zich ontwikkelen tot
to deduce from (prep)
opmaken uit
to have a problem with (prep)
problemen hebben met
to blame (prep)
de schuld geven aan
to arrive at (prep)
toekomen aan
to move (onr.)
bewegen
bewoog, bewogen
hebben bewogen
to proof (onr.)
bewijzen
bewees, bewezen
hebben bewezen
to blow (onr.)
blazen
blies, bliezen
hebben geblazen
to squeeze/pinch
knijpen
kneep, knepen
heben geknepen
to regret / feel sorry
spijten
speet, speten
hebben gespeten
to hear/understand
verstaan
vertond, verstonden
hebben verstaan
to reject
verwerpen
verwierp, verwierpen
hebben verworpen
to rub
wrijven
wreef, wreven
hebben gewreven
to roam/wander
zwerven
zwierf, zwierven
hebben gezworven
the compartmentalization
de hokjesgeest
to keep up
bijbenen
born and raised
geboren en getogen
the issues of the day
de waan van de dag
to show someone the door
iemand de deur wijzen
to have courage
lef hebben
compared
ten opzichte
sponge
spons
consultation/counsel
overleg
to hide/shelter (behind my manager)
verschuilen
often/frequently
dikwijls
frugal
zuinig
dutiful
plichtsgetrouw
slavish
slaafs
humble/submissive
nederig
shabby/poor
armoedig
stingy/tight
gierig
exception
uitzondering
conviction/belief
overtuiging
national character
volksaard
to spoil/ruin
verpesten
exuberant/abundant
uitbundig(e versiering van je lichaam)
to have the say
het voor het zeggen hebben
duivel
devil
to emphasize
benadrukken
when he was in his mid-twenties
toen hij halverwege de twintig was
the wrinkel
de rimpel
the scar
het litteken
moving / the emotion
ontroerend / de ontroering
the needle
de naald
moreover/besides
overigens
body
lijf
ostentatious/flashy
opzichtig(e kleding)
tattoos
tatoages
Last changeda day ago